10 jaar VO-HO – leraren breken muren tussen voortgezet en hoger onderwijs af

Artikel door Leraar.nl

10 jaar VO-HO – leraren breken muren tussen voortgezet en hoger onderwijs af
 

De regionale VO-HO netwerken vieren hun tienjarig bestaan. Als je de net verschenen publicatie ‘Doorlopend leren van VO tot HO’ leest, raak je onder de indruk van de samenwerking tussen VO-docenten en HO-onderzoekers en vakdidactici, die zorgt voor meer doorstroom naar technisch hoger onderwijs.

De tien VO-HO netwerken zijn trots op wat ze in tien jaar hebben bereikt, en dat straalt van dit boek af. Doorlopend leren van VO tot HO bevat een schets van hun ontwikkeling van verleden tot heden, facts and figures, aanbevelingen voor de toekomst, en van elk van de tien netwerken een levendig portret. Vooral boeiend zijn de tientallen interviews met betrokkenen bij de netwerken: docenten, schoolleiders, leerlingen, bedrijven en coördinatoren.


Vakvernieuwing

In de VO-HO netwerken zijn 22 hogescholen, twaalf universiteiten en 361 VO-scholen (60% van de havo/vwo-instellingen) verenigd. Jaarlijks bereiken de activiteiten meer dan 35.000 leerlingen en 3.800 docenten. In elk netwerk staan drie doelen centraal: - doorlopend leren tussen VO en HO (en bedrijfsleven), - vak- en curriculumvernieuwingen in het VO, - de professionele ontwikkeling van VO-docenten en schoolleiders. Financiële steun is er vanuit de overheid.


Geschiedenis

Het begint in 2004 als het kabinet Balkenende II het Deltaplan Bèta Techniek lanceert om de instroom van het aantal bètatechniekstudenten een serieuze boost te geven. Alle onderwijssectoren pikken het op en zo ontstaan de eerste VO-HO bètanetwerken. De invoering van het nieuwe vak Natuur, Leven en Techniek (NLT) in 2007, is een nieuwe stimulans en levert op dat er overal regionale vaksteunpunten ontstaan. De samenwerking tussen VO-docenten, HO-vakdidactici, lerarenopleidingen en bedrijven wordt daardoor steeds hechter en zo ontstaan de tien regionale VO-HO-netwerken. Nog steeds ligt daarin de focus op bèta en techniek. Maar het werkt zo goed dat nu ook de alfa- en gammavakken in alle regio’s soortgelijke netwerken opzetten.


Verbindende factor

Claudia Struijlaart hoefde je niet te overtuigen van het nut van een betere aansluiting van onderwijs en praktijk. Ze strijdt al jaren voor duurzame onderwijsvernieuwing. Claudia is scheikundedocent op Scholengemeenschap Sint Ursula in Horn en tevens voorzitter van het Limburgse docentontwikkelteam (DOT) Scheikunde. Alle scheikundedocenten in Limburg zijn automatisch lid van het DOT, dat wordt gefaciliteerd en actief bijgestaan door Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL).

Claudia: ‘CHILL is een sterke verbindende factor in Limburg tussen leerlingen, studenten, docenten en bedrijven. Bedrijven vragen om vaardigheden die we in het onderwijs nog niet genoeg toetsen: analyseren, onderzoeken, samenwerken. Het onderwijs was altijd sterk in het verbeteren van toetsen, het gebruik van de rode pen. Maar een bedrijf neemt je juist aan om de dingen waar je goed in bent.’


Mini-reactor

Wat je als docent nu meer precies aan zo’n docentontwikkelteam hebt? Claudia: ‘Een voorbeeld is de mini-reactor die bedrijf Chemtrix nu samen met de DOT Scheikunde ontwikkelt. Docenten gaan een practicum doen bij CHILL en kijken hoe ze dit kunnen vertalen naar hun lessen. Het lesmateriaal dat bij de DOT wordt bedacht, is dus niet opgesteld in de vorm van modules en lesbrieven. Er zijn echte praktijkcasussen, filmpjes en escaperoom-achtige opdrachten. Iedere docent kan er materiaal uithalen om te gebruiken zoals hij of zij dat zelf wil. Dat werkt heel inspirerend voor jou als docent.’


Kruisbestuiving

Ondersteuning vanuit het VO-HO netwerk is hierbij belangrijk, zegt Claudia. ‘Ondanks het enthousiasme van de docenten, bloedde het Vaksteunpunt Scheikunde een paar jaar geleden dood. We deden alles in onze vrije tijd. Dankzij het VO-HO netwerk werd er nieuw leven in de samenwerking geblazen. Kruisbestuiving, enthousiasme voor het vak, scholen overtuigen van het belang van onderwijsvernieuwing - daar draagt het VO-HO netwerk dus aan bij.’

Bron: Leraar.nl