Over ons

361 (60%) VO-scholen

22 Hogescholen

12 Universiteiten

35.000+ Leerlingen

3800+ Docenten

Educatieve infrastructuur

Het belang van ketensamenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs neemt toe. In de Strategische agenda Hoger Onderwijs 2015-2025 is te lezen dat de belangrijkste winst voor de individuele leerlingen ligt in meer samenwerking in de regio, tussen toeleverende scholen, hogescholen en universiteiten. Ook Platform Onderwijs2032 hecht belang aan verdergaande ketensamenwerking. Hiermee samenhangend, vormen de elf regionale VO-HO netwerken een belangrijke, bestaande infrastructuur. Deze netwerken vormen een landelijk dekkende ketensamenwerking tussen universiteiten, hogescholen, VO-scholen (havo/vwo) en bedrijfsleven. 

Zij zetten zich, veelal vanuit de focus op bèta en techniek, in voor:

  • de professionele ontwikkeling van docenten; 
  • doorlopende vakvernieuwing (inhoudelijk en didactisch); 
  • het verbeteren van de aansluiting tussen VO en HO. 


Algemene kerngegevens

Inmiddels is er sprake van 10 regionale VO-HO netwerken. Deze bestaan uit de combinatie van zowel de Bètasteunpunten als de VO-HO netwerken voor excellentie en bèta/techniek. Er is sprake van de volgende regio’s: Amsterdam, Leiden, Zuid-Holland (Delft), Utrecht, Noord, Nijmegen, Wageningen, Oost, Brabant en Limburg. Aangesloten zijn in 2015-2016 12 universiteiten, 19 hogescholen en circa 363 VO-scholen (ca. 60% van de havo/vwo-scholen). 
 
Partners in de netwerken zijn universiteiten, hogescholen, eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen, VO-scholen en het bedrijfsleven. Waar mogelijk wordt aangesloten op andere regionale/landelijke netwerken, programma’s en bedrijven. Gedacht kan onder andere worden aan Techniekpact, KNAW, NRO, SLO, Vakverenigingen (IOBT, NNV, KNCV, NIBI, KWG en NVON), Wetenschapsknooppunten, reizende DNA-labs, Jet-Net, Regionale talentnetwerken VO en STEM Teacher Academy. De kerngedachte is dat je samen verder komt.


Kansen (nu en in de toekomst) 

Richting de toekomst biedt de opgebouwde infrastructuur kansen op de volgende drie gebieden: 

  • Uitrol landelijke beleidsdoelen: zoals in het verleden bijvoorbeeld de bètavernieuwing van de monovakken, introductie van het nieuwe vak Natuur Leven en Techniek, implementatie kennisbasis voor de onderbouw, invoering nieuwe bètaexamenprogramma’s, toptalentenbeleid, doorlopende vakvernieuwing en professionalisering docenten, betere aansluiting VO op HO. 
  • (Verdere) verbinding met aanpalende beleidsprogramma’s en samenhangende netwerken: zoals met STEM Teacher Academy, Wetenschapsknooppunten, reizende DNA-labs, Jet-Net, Regionale Talentnetwerken VO, Techniekpact, Codepact, HTNO-Roadmap en andere relevante, regionale netwerken. Steeds meer ontstaan vanuit bestaande samenwerkingen regionale meta-netwerken. Dit vanuit de gedachte dat je samen verder komt.
  • Geleidelijke verbreding naar andere vakgebieden: de samenwerking(smodellen) die op gebied van bèta en techniek zijn ontwikkeld, kunnen verbreed worden naar andere vakgebieden.